foto © Claudia Kamergorodski – Julia Bless

Een tijdje terug ontmoette ik Julia Bless. We waren beiden bij een evenement van het Cultureel Persbureau. Ik zou die middag, samen met Nancy Koornwinder van 10-Social, een introductie verzorgen over Twitter en hoe je dat als kunstenaar of culturele instelling kunt inzetten voor de marketing van je organisatie. Julia was in de zaal.

Zo iemand waar je als trainer van droomt

Ik was wat gespannen die middag. Hoe zou het zijn om voor hok vol cultuurjournalisten en kunstenaars onze kennis en voorliefde voor Twitter te etaleren? Konden we het overbrengen? Zou het ons lukken om adequaat op kritische vragen te reageren? Hoewel we zelf heel goed weten dat het werkt als je weet wat je doet, is het een gegeven dat niet iedereen er gemakkelijk voor overstag gaat. Gelukkig konden we snel ontspannen want Julia was in de zaal. Zij is zo iemand waar iedere trainer van droomt; een deelnemer die echt van de hoed en de rand wil weten en die steeds enthousiaster wordt. Het werd een heerlijke middag!

Tijdens de borrel sprak ik haar natuurlijk aan, daar wilde ik meer van weten…

Julia’s aanwezigheid bleek vooral een zakelijke reden te hebben. Naast haar werk als regisseur bij theatergroep Suburbia startte ze recent haar eigen trainingsbureau Suburbia in bedrijf. Een bureau dat trainingen verzorgt in het bedrijfsleven op het gebied van creatief denken, presenteren, samenwerken e.d. Toen ze daarna ook nog vertelde dat ze in de voorbereiding naar deze stap ondersteuning had gekregen via het Loopbaanfonds Theater (een van de voorlopers van wat nu het SFPK is) wilde ik wel graag een interview…

Twee banen

“Ik werkte naast mijn regisseerwerk voor Suburbia, net als velen in ons vak, ook nog in het onderwijs. Een pittige combinatie die ik soms best zwaar vond omdat het regelmatig voorkwam dat ik na een dag voor de klas ook nog ‘s avonds aan de bak moest. Ik was al een tijdje aan het nadenken hoe ik daar wat meer balans ik kon krijgen.”

Dat er bij Suburbia ook al enige tijd werd gezocht naar manieren om ‘ondernemender’ te worden bracht haar op het idee. Zou ze de vaardigheden die ze in haar creatieve werk al heel ver had ontwikkeld, misschien ook wel in een zakelijke omgeving kunnen gebruiken? Regisseurs hebben natuurlijk al veel kwaliteiten die uitstekend toepasbaar zijn in het bedrijfsleven, zoals de wil om te leren, improviseren, interacteren, het kunnen bedenken van ongebruikelijke oplossingen…

En ook nog eens beter verdienen!

“Ik ben zo dankbaar voor de kans die ik heb gekregen om mij, met een bijdrage van 70 % door het Loopbaanfonds, als trainer te ontwikkelen. Als ik dat helemaal zelf had moeten betalen had ik me dat nooit kunnen permitteren. Doordat ik aan de Academie voor Innovatief Trainen en bij B.E.E.R. Collewijn/Mulder een opleiding in speels coachen en trainen kon volgen, brak er een heel nieuwe fase aan, zowel voor mij persoonlijk, als voor Suburbia. Zij kunnen zich op een innovatieve manier onderscheiden door met een bijzonder aanbod zichtbaarder te worden in de regio en ik kan nu zelf veel beter plannen hoe ik de periodes tussen regies wil invullen. Het is heel fijn dat ik daardoor meer balans in mijn werk heb gekregen en het mooie is, ik verdien er nog eens beter mee ook.”

Julia mag zich inmiddels met veel plezier hebben toegelegd op het ondernemerschap door een trainingsbureau te beginnen, ze verzekert me wel dat het regisseren voor haar op nummer één blijft. “Ik ben en blijf theatermaker. Het is alleen zo heerlijk om te merken dat de competenties die ik als regisseur gewend ben in te zetten, zoals het overbrengen van creativiteit, inhoud, passie en bezieling, verkóópbaar blijken te zijn, zodat mijn wereld niet meer hoeft in te storten als ik even geen regie kan doen.”

Dat laat je toch niet liggen?!

Aan het eind van ons gesprek gaat Julia nog even helemaal los: “Ik wil iedereen wel wakker schudden, want het is zo belangrijk om je te blijven ontwikkelen! Kijk op de website van het SFPK en oriënteer je op je mogelijkheden. Als er geld is waar je aanspraak op kunt maken, dan ga je dat toch niet laten liggen?!”

© SFPK – Johanna Glas

Zou jij ook training of opleiding willen volgens om je kansen op een goed inkomen en werk te vergroten? Wat heb je dan nodig om in actie te komen? Wanneer ga jij optreden voor jezelf?!

Reacties kun je hieronder kwijt!

foto © Robert van der Ree – Sijtze van der Meer in Anatol (2014)

Deze keer een gesprek met Sijtze van der Meer, acteur en directielid van ACT, de grootste belangenbehartiger van acteurs in Nederland. We ontmoeten Sijtze op een zolder aan de Keizersgracht in Amsterdam, in het kantoor van ACT.

We moesten maar eens kennismaken

ACT is met ruim 1.100 leden de grootste belangenbehartiger van acteurs in ons land en het Sociaal Fonds Podiumkunsten is het grootste fonds in Nederland dat zich specifiek bezighoudt met opleiding en ontwikkeling van mensen die in de sector podiumkunsten werkzaam zijn. We moesten maar eens kennismaken!

Wat heb je nodig?

“Wat hebben acteurs nodig?” Met deze vraag direct op tafel reageert Sijtze heel instinctief: “Geld natuurlijk! Je moet wel kunnen afrekenen bij AH tenslotte”. Misschien was dit niet helemaal het antwoord waar ik op anticipeerde, maar wel direct de vinger op de zere plek. Uit de ACT-monitor (klik), waarin de ontwikkelingen in het werk en inkomen van professionele acteurs in Nederland recent door ACT werden onderzocht, komt de schrale werkelijkheid naar voren waaruit deze reactie heel goed te begrijpen valt. Meer dan de helft van de respondenten in dit onderzoek verdient met het werkelijke acteerwerk nauwelijks 50 % van het modale inkomen van zo’n € 2.500,- per maand. Velen moeten er dus ander werk naast doen om aan een redelijke boterham te komen. Lage inkomsten, grote onregelmatigheid, veel afwijzing en teleurstelling, en ja, zelfs regelrechte (en gelegitimeerde) discriminatie – het hoort er allemaal bij. “Soms zou ik willen dat ik een Marokkaan was” verzucht Sijtze als ik vraag hoe hij dat ziet. “Je hebt wat je hebt en je bent wat je bent. Ik zal nooit als Marokkaan gecast worden, terwijl er de laatste jaren veel prachtige rollen voor collega’s van Marokkaanse afkomst waren. Net zo min als een Surinamer snel voor de rol van koning Willem-Alexander zal worden gecast, of een vrouw van 40 voor de rol van een pubermeisje. Het is geen makkelijk vak, acteur! Dat we dat allemaal op de koop toe willen nemen betekent dat we het wel écht heel graag willen.”

Een leven lang werken als acteur

“Maar wat hebben acteurs dan nodig om een leven lang aan het werk te kunnen blijven?”, vraag ik nogmaals. “Wat voor soort ondersteuning zouden ze daarbij kunnen gebruiken?” Het is een vraag waar ze bij ACT ook graag het antwoord op zouden weten. Hun na- en bijscholingscommissie merkt regelmatig dat de achterban maar matig interesse heeft voor de prachtige programma’s die ze aanbieden. Alleen workshops die ook goede kansen bieden om te netwerken (“Hans Kemna is er ook”) zitten wel eens vol. “Misschien zitten acteurs wel niet zo te wachten op begeleiding; je hebt je opleiding gedaan en je hebt het vak geleerd. Studeren doe je ook al zoveel voor de rollen die je speelt. De meesten denken dat ze het zelf wel kunnen.”

Optreden voor Jezelf

“En hoe zit dat dan voor jou, wanneer was de laatste keer dat jij ‘voor jezelf hebt opgetreden’?” Sijtze hoeft niet lang te denken. “Ik heb onlangs de video’s van Micheal Caine maar weer eens tevoorschijn gehaald. Elke keer als ik die kijk leer ik toch weer iets nieuws. Verder zou het ook goed zijn om mijn Duits op te halen, of om op zoek te gaan naar een goede trainer voor stemmenwerk. Als het leren daarvan ervoor zorgt dat je je rekeningen beter kunt betalen…”

Je bént het!

Hoewel meestal aan het werk, Sijtze is ook wel eens over de vloer bij het UWV. En hij is beslist niet de enige… Het is de aard van het vak dat je met onregelmatig werk en inkomen om moet kunnen gaan. Wat voor beleidsmakers niet altijd even duidelijk lijkt, wordt door zijn werkcoach bij het UWV nu gelukkig wel begrepen: Acteur zijn is niet zomaar een beroep – je bént acteur! Het is voor de meesten van hen helemaal geen optie om zich om te scholen naar een ander vak, hoezeer beleidsmakers daar ook op zouden willen aansturen. Acteurs wíllen werken. Zoveel ze kunnen. Als acteur! Zelfs als dat geen modaal inkomen geeft! Want ja, klagen mag dan wel de grootste hobby van acteurs zijn…, “het is en blijft het leukste vak van de wereld!”

© SFPK – Johanna Glas

Hoe is het voor jou? Kun jij leven van je acteerwerk? Wat heb jij nodig? Wanneer ga jij optreden voor jezelf?!

Je kunt het ons laten weten in het reactieveld hieronder!

foto Erik Akkermans

Regelmatig zullen wij op deze plek mensen aan het woord laten die op de een of andere manier betrokken zijn bij de activiteiten van het SFPK. De eerste aan wie we dit woord geven is Erik Akkermans, voorzitter van de Federatie Cultuur en voorzitter van de Stuurgroep Sectorplan Cultuur.

Vernieuwend of vertrouwd?

Geen andere sector dan die van de cultuur is vermoedelijk zo doordrongen van begrippen als ‘beweging’, ‘vernieuwing’, ‘ontwikkeling’ of ‘innovatie’. Zowel naar inhoud als naar vorm behoort elke volgende schepping verrassend en vernieuwend te zijn.  Het nieuwste boek, het nieuwste toneelstuk, de nieuwste film moeten iets toevoegen aan alles wat we al lazen of zagen. En zelfs als in de muziek de oude Beethoven weerklinkt, willen we hem graag ‘afgestoft’, in een ‘frisse, eigentijdse versie’ beluisteren.

Het is me in de cultuursector vaak opgevallen hoe groot het contrast kan zijn tussen enerzijds het vanzelfsprekende concept van ‘vernieuwing’ van inhoud en vorm en anderzijds het grote gebrek aan beweging als het om zakelijke en personele aspecten gaat. Ik denk wel eens dat er zoveel energie, emotie en talent gaan zitten in de conceptuele vernieuwing dat werkers in cultuur grote behoefte hebben aan een onveranderlijke, vertrouwde  omgeving. En dat de leiding van een organisatie zo gericht is op artistiek presteren én financieel evenwicht dat er weinig ruimte overblijft voor personeelswerk, opleiding en scholing.

Toch sluiten die aspecten elkaar niet uit. Het gaat ook helemaal niet om tegenstellingen. Bij vernieuwing in bijvoorbeeld theatertechniek is dat al snel duidelijk: dat zit dicht tegen de inhoud aan. Ook marketing is een terrein waar innovatie zijn slag mag slaan. En instellingen die nu nog de social media in hun publiekswerving negeren zijn schaars. Maar ‘saaie’ onderwerpen als personeelsbeleid, opleiding & ontwikkeling of mobiliteit kennen doorgaans meer stilstand dan beweging.

De cultuursector is bij uitstek een arbeidsintensieve sector. Het werkkapitaal valt grotendeels samen met de menselijke factor. En dan hebben we het niet alleen over de acteurs en musici, maar ook over de boekhouder, de technisch assistent, de educatief medewerker. De bibliotheekmedewerker die twintig jaar geleden van de bibliotheekacademie kwam is niet meer voor het werk geschikt als hij of zij niet inmiddels is geschoold in bijvoorbeeld digitale dienstverlening.  De kassamedewerker die de organisatie dertig jaar trouw heeft gediend maar uitstraalt dat hij gelukkig nog maar vijf jaar van het pensioen verwijderd is, lijkt me geen reclame voor een vernieuwend gezelschap.

‘Duurzame Arbeidsmarkt’

‘Arbeidsmarkt Cultuur’ klinkt, net als ‘Sociaal Fonds’, ‘HRM-beleid’ of ‘functioneringsgesprek’ als een onappetijtelijke soundbite in een overigens alleen maar welluidende wereld. Maar beweging houden in het denken, het engagement met de wereld, de vaardigheden en het vakmanschap van medewerkers versterkt wél de basis. Door de vernieuwing ‘backstage’ en ‘in the backoffice’ minstens gelijke tred te laten houden met wat er op het podium of ‘front office’ gebeurt, ontwikkelt de organisatie zich tot een speler die jarenlang in de eredivisie kan blijven.

Dat de cultuursector in gezamenlijkheid een plan ‘Duurzame Arbeidsmarkt’ heeft gemaakt is vernieuwend. Nu gaat het er vervolgens om in elkaars keuken te kijken, van elkaar te leren, opleidingen te realiseren en al het talent – van de acteur zowel als van de kassière – te koesteren en te vermeerderen.

Erik Akkermans
Voorzitter Federatie Cultuur en voorzitter Stuurgroep Sectorplan Cultuur

Dorien Versloot op Oerol

Dit artikel is eerder verschenen op de website van het Sectorplan Cultuur

Loopbaangesprekken op Oerol

Dorien Versloot is coördinator van het Sociaal Fonds Podiumkunsten. Vanuit haar achtergrond als HRM manager in het bedrijfsleven, maar ook als zakelijk leider van een groot theatergezelschap, is zij een trouwe supporter van mensen, van talent en van ontwikkeling in de podiumkunsten. Er is haar veel aan gelegen om de kansen en mogelijkheden die het SFPK biedt, zo breed mogelijk over het voetlicht te brengen.

Met deze missie in gedachten is zij de afgelopen editie van Oerol afgereisd met camper en tent om over het goede nieuws van het bestaan van het SFPK op de trom te slaan. Gewapend met spandoeken, gadgets, folders, 4 laptops, 2 fietsen en leeftocht voor een week streek zij samen met collega Johanna Glas neer bij Gezinscamping Mast. Als we haar spreken zit ze backstage in een gezellig ingerichte stand op het festivalterrein Westerkeyn gesprekken te voeren met mensen. “Kun je me straks even terugbellen, ik zit net in een loopbaangesprek”, maar ook ”ik moet even achter een spandoek aanrennen want dat heeft zojuist vliegles genomen”. Op Oerol werken is ook een uitdaging soms…

Gestamel

Toen het contact tenslotte was gelegd, zo’n 2 uur later, was er net weer een gesprek afgerond. Ze vertelt…”bijna alle gesprekken beginnen met de uitleg over wat het SFPK is, en wat het voor mensen in de sector kan betekenen. Die bekendheid kan nog wel een zetje in de rug gebruiken, wat ik eigenlijk heel bedroevend vind. En als het gesprek dan eenmaal loopt en je stelt de vraag wat iemand recent aan zijn eigen ontwikkeling heeft gedaan volgt in de regel vooral gestamel. Het is veel praten en uitleggen geblazen. Dat er zoiets bestaat als het Sectorplan Cultuur lijkt tot op heden bijna niemand te weten. Er is echt wel wat werk aan de winkel!”

“Wat goed dat jullie er zijn!”

Maar ze beschrijft ook haar ontroering en verwondering, over de verhalen die ze hoort, over hoe moeilijk en eenzaam het kan zijn om dromen en ambities te verwezenlijken, over de gretigheid waarmee gereageerd wordt ze als serieuze belangstelling toont of een slimme tip geeft en hoe mensen soms gaan stralen als blijkt dat daar in de sector wel degelijk kansen voor geboden worden. “Wat goed dat jullie er zijn!”

“In de sector is de focus momenteel wel erg gericht op leven en overleven, waardoor er voor individuele talentontwikkeling maar bar weining aandacht is. Het is daarom goed dat er nu wat gebeurt, hoewel ik van de ambtelijke term ‘duurzame inzetbaarheid’ wel een beetje kromme tenen krijg… Voor mij gaat het vooral om het aanwakkeren van een vuurtje bij mensen, waardoor zij zelf nieuwsgierig worden en gaan beseffen hoe belangrijk het is om voortdurend in beweging te blijven en hun eigen ontwikkeling centraal te stellen. Het zou mooi zijn als de nieuwe portal Optreden voor Jezelf als platform gaat fungeren voor iedereen die in de sector werkt; waar men tips en kennis deelt, best practices uitwisselt, en elkaars groei stimuleert. Als het streven is dat mensen hun leven lang op een goede manier kunnen blijven werken in de sector zal iedereen zijn verantwoordelijkheid moeten nemen; zowel werkgevers als werknemers, waaronder het groeiend aantal ZZP-ers. Als we dat met het SFPK weten te bereiken heb ik mijn werk goed gedaan!”

En dan eindigt ons gesprek met een vraag: Wanneer ga jij… Optreden voor Jezelf?