in de rij voor cultuurpanel
Een week in de lucht!

Het is vandaag alweer een week geleden dat we Cultuurpanel lanceerden. Noodgedwongen deden we dit met een wat ludieke actie omdat we geen ‘reguliere’ plek kregen toegewezen op het Cultuur in Beeld congres. Beetje jammer wel, want dat is toch een plek waar veel van de cultuurmakers rondlopen die we voor Cultuurpanel willen interesseren. We lieten ons dus maar niet voor één gat vangen en togen met posters en kaarten gewapend naar de Van Nelle Fabriek… Een week later staat de teller toch al op zo’n 200 aanmeldingen. Mooi, maar nog niet genoeg! Onder het motto ‘niet klagen, maar meepraten’ hier dus nog een keer de oproep: meld je aan, dan heb je wat te vertellen!

Sector in verandering

De culturele sector heeft te maken met grote uitdagingen. De overheidsfinanciering en particuliere giften zijn afgenomen, consumentenbestedingen aan cultuur zijn teruggelopen. De vraag naar culturele en creatieve diensten of producten is sterk aan het veranderen. Sommige delen van de sector zijn zwaar getroffen door de economische crisis, terwijl andere delen sneller groeien dan ooit. De gevolgen voor de arbeidsmarkt en werkomstandigheden in de cultuursector zijn ingrijpend. De werkgelegenheid krimpt en de werkloosheid is relatief hoog, mede door het overaanbod van afgestudeerden. De werkomstandigheden worden gekenmerkt door grote werkdruk, versobering van arbeidsvoorwaarden, flexibilisering van arbeidsrelaties en voortdurende reorganisaties. Hoewel bijna iedereen graag werkt in de cultuursector, betekent werken in de sector voor velen een gecompliceerde carrière. Leven en werken in de culturele en creatieve sector vraagt om een groot aanpassingsvermogen van zowel medewerkers als werkgevers.

Doelstelling Cultuurpanel

Cultuurpanel wil beter inzicht krijgen in de uitdagingen en veranderingen waarmee iedereen die werkzaam is in de cultuursector te maken krijgt. En in de mogelijkheden en maatregelen om zowel werkgevers als werknemers te ondersteunen bij het investeren in werkomstandigheden, vitaliteit, scholing en betrokkenheid. Daarmee wil Cultuurpanel een bijdrage leveren aan een prettige en gezonde werkomgeving voor iedereen in de creatieve sector.

Online onderzoek

Cultuurpanel biedt medewerkers in de cultuursector (ook leidinggevenden!) de mogelijkheid via online enquêtes hun stem te laten horen, hun mening te geven, hun verhaal te vertellen, signalen en ideeën naar voren te brengen etc. Op termijn zullen online discussies met groepen leden worden georganiseerd en kunnen leden of derden nieuwe onderzoeksonderwerpen inbrengen. Ook bestaat de mogelijkheid om het panel in te zetten voor de evaluatie van beleid of interventies in specifieke deelsectoren.

Resultaten delen

Cultuurpanel is geen eenmalige actie, maar een doorlopend onderzoek, een soort ‘raad van advies’ voor werkenden, werkgevers, beleidsmakers en andere belanghebbenden. Leden beantwoorden regelmatig vragen over hun hun werk, persoonlijke ontwikkeling en andere relevante onderwerpen. De resultaten en inzichten van Cultuurpanel zijn openbaar en worden gedeeld met alle belanghebbenden binnen en buiten de sector.

Initiatiefnemers

Cultuurpanel wordt mogelijk gemaakt door het Sociaal Fonds Podiumkunsten en de projectpartners van het Sectorplan Cultuur. Het initiatief wordt ondersteund door diverse partners uit verschillende deelsectoren. Samen willen zij de arbeidsomstandigheden in de sector bevorderen en zorgen dat iedereen op een prettige, gezonde en duurzame manier aan het werk kan blijven.

Sociaal Fonds PodiumkunstenSectorplan Cultuur

© SFPK – Johanna Glas

Wil jij ook meepraten en denken over het hebben van een carrière in de kunst- en cultuursector?  meld je aan, dan heb je wat te vertellen!

Reacties kun je hieronder kwijt!

foto Ene Harry Hexagon Ensemble

foto © Ene Harry – Bram Kreeftmeijer (r) in het Hexagon Ensemble

In gesprek gaan met Bram Kreeftmeijer is niet zo moeilijk. De eerste hoboïst van het Gelders Orkest praat heel gemakkelijk en graag over zijn vak en over wat hem daarin zoal bezighoudt. En dat is best veel.

Behalve in het Gelders Orkest speelt hij ook in het Combattimento en het Hexagon Ensemble en is hij als docent verbonden aan het ArtEZ, het conservatorium van Oost-Nederland. Samen met zijn vrouw, de violiste Jelena Ristic, heeft hij een gezin met twee jonge kinderen. Aan serieuze bezigheden geen gebrek, zou je zeggen.

Toch kun je Bram dezer dagen zomaar aantreffen achter de studieboeken voor het behalen van een diploma in Medische Basiskennis. Binnenkort is het examen.

Goh Bram, vertel…?

“Ik kom uit een muzikaal gezin, waarin het ontwikkelen en opleiden van talent een belangrijke plaats had. Ikzelf speelde op mijn 6e  al blokfluit en piano. Mijn moeder had een drukke muziekpraktijk aan huis. Nu ik zelf kinderen heb en soms zie hoe het er aan toe gaat op de crèche, besef ik dat je al van jongs af aan blootstaat aan aanwijzingen over hoe je bepaalde dingen ‘hoort’ te doen. Iedereen die zich bezighoudt met jouw opvoeding en opleiding heeft invloed op hoe je later in het leven zult staan.”

Die regels over hoe het hoort

“Het leven van een muzikant is best heel stressvol. Je levert topprestaties in een omgeving die heel veeleisend is. Er is per definitie een grote spanning tussen het ervaren van ruimte voor je eigenheid en het vanuit je hart kunstenaar kunnen zijn aan de ene kant – en het deelnemen aan een groter verband waar veel regels gelden over hoe je hoort te gedragen aan de andere. Ik ken geen collega die een hele carrière doorkomt zonder daar een paar kleerscheuren aan over te houden. Iedereen heeft er in meerdere of mindere mate last van, maar de heersende mores is nog altijd dat je voor moeilijkheden en spanningen zelf maar een oplossing moet vinden. Toen ik, zoveel jaren geleden, op het conservatorium zat is me wel eens aangeraden om een paar flinke stompen in het kussen te geven als ik moeite had met slapen…”

Salarissen waar je niet van kunt bestaan

“Wat ook stress geeft is dat er steeds opnieuw berichten komen dat het ‘met minder moet’. Dat het zakelijk niet goed gaat met het orkest is al zolang ik er werk niets nieuws. Toen ik er 22 jaar geleden begon had ik, als enige solo-hoboïst, in eerste instantie een 100 % speel-aansteling. Ik kwam er zelf vrij snel achter dat 100 % teveel was, omdat er dan geen ruimte overbleef voor mijn eigen ontwikkeling. Toen ik aangaf naar 75% terug te willen heeft het bijna 4 jaar geduurd voordat ze mijn vraag honoreerden en er een tweede solo-hoboïst bij kwam. Destijds betekende een 75% aanstelling dat je voor 63% werd ingeroosterd. De rest van de uren werd gezien als extra voorbereidingstijd voor je taak als aanvoerder. Waar het orkest toen nog ongeveer 70 fte telde, is dat nu teruggebracht naar 46 fte, waarvan slechts 39 fte is ingevuld. We zijn op een punt aangekomen dat nieuwe collega’s moeilijk te vinden zijn omdat het salaris dat hen geboden wordt niet meer toereikend is om fatsoenlijk van te bestaan. Sinds de laatste bezuiniging, waarin iedereen terug moest naar 60%, werk ik in feite veel meer dan ik ooit deed, tegen een nóg weer schameler geworden salaris.”

Jezelf herpakken en verbeteren

“Tijd om in actie te komen, kortom. Ik ben al een tijd lang geïntrigeerd door een methode die onder muzikanten bekend is als dispokinesiologie. Een methode die handvatten biedt aan de muzikant om de discrepantie tussen van wat je ‘innerlijk hoort’ en het fysiek kunnen uitvoeren daarvan te overbruggen. Doet je lijf niet meer lekker mee of is de spanning te hoog opgelopen dan kun je met behulp van dispokinesiologie jezelf weer herpakken en verbeteren. Daar wilde ik veel meer van weten!”

“Toen er in de laatste reorganisatieronde wat opleidingsbudget vrijkwam heb ik die kans met beide handen aangepakt. En zo kan het dus gebeuren dat ik daarmee nu een diploma Medische Basiskennis ga halen. Als je iets doet moet je het goed doen en ik wil in ieder geval een degelijke basis hebben gelegd als ik aan de slag ga om mij verder te bekwamen in de dispokinesiologie. Een vervolgtraject waarvoor ik gelukkig een bijdrage vanuit het Sectorplan Cultuur heb kunnen aanvragen.”

Een orkest is net een klein dorp

“Ik zie het zo: Als uitvoerend artiest verkoop je een mooie tijd. Dat betekent voor mij dat alles wat je doet écht moet zijn. Geen detail mag vergeten worden om het publiek te helpen om een zo goed mogelijke ervaring te hebben. De kans dat dat lukt wordt groter als iedereen die op het podium staat goed in zijn vel zit. Helaas ontbreekt dat er nog wel eens aan. Een orkest is net een klein dorp: Iedereen kent iedereen en iedereen vindt wat van elkaar. Zolang de norm is dat we wegkijken als een collega op zijn gezicht gaat, in plaats van hem op te vangen, kun je in mijn ogen het leveren van een optimale beleving voor het publiek wel vergeten.”

“Ik wil mijn ideeën over het openbreken van die cultuur in eerste instantie graag in praktijk gaan brengen met mijn studenten op ArtEZ. Op termijn hoop ik in mijn eigen omgeving de geesten steeds rijper te maken om een in mijn ogen dringend noodzakelijke cultuuromslag te bewerkstelligen. Nu al merk ik een verandering in hoe ik word benaderd, simpelweg omdat mensen weten dat ik me hierin aan het bekwamen ben. Er komen heel bijzondere dingen op mijn pad op dit moment. Uiteindelijk zal ik altijd muzikant blijven, zeker nu ik artistiek mijn top begin te benaderen. Daarnaast is het mijn droom om een soort ‘muziekdokter’ te worden, in een praktijk aan huis waar collega’s terecht kunnen met al hun vragen over het goed kunnen functioneren en gelukkig zijn in hun vak. Wat ze bij mij zullen vinden is een gedegen advies en een breed netwerk van specialisten die vanuit verschillende invalshoeken kunnen worden ingeschakeld om ze te helpen hun obstakels, van welke aard dan ook, uit de weg te ruimen.”

Meer over Bram Kreeftmeijer is te vinden op de volgende websites:

Het Gelders Orkest
Combattimento
Hexagon Ensemble

© SFPK – Johanna Glas

Zou jij ook training of opleiding willen volgens om je kansen op een goed inkomen en werk te vergroten? Wat heb je dan nodig om in actie te komen? Wanneer ga jij optreden voor jezelf?!

Reacties kun je hieronder kwijt!

foto © Tim van der Voort – Corine Overvest en een aantal Nieuwkomers

Deze maand in gesprek met Corine Overvest – Hoofd Orkater/De Nieuwkomers.

LinC

Ik ontmoet Corine in het LinCafé, een netwerkbijeenkomst van deelnemers en oud-deelnemers aan het LinC-programma, die dit keer werd gehouden in de Ajax-foyer in de Stadsschouwburg in Amsterdam. LinC staat voor Leiderschap in Cultuur en is een opleidingsprogramma voor en door leiderschapstalenten in de culturele sector. Het wordt uitgevoerd door de Universiteit Utrecht (USBO) en Kennisland in samenwerking met HKU en Coaching in de Cultuur. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is een substantiële sponsor van het LinC-programma. Binnenkort gaat de vierde editie van start. Helaas is het waarschijnlijk ook de laatste editie, want als er niets veranderd zal dit het laatste jaar zijn dat het Ministerie het programma ondersteunt. Voor wat betreft de theatersector moeten we ons daar misschien binnenkort wel even op bezinnen.

Sectorplan Cultuur

SFPK-coördinator Dorien Versloot en ik waren dit keer als gasten door LinC uitgenodigd om iets te vertellen over het Sectorplan Cultuur. Opnieuw was het mooi om te zien hoe enthousiast men wordt van de mogelijkheden die het Sectorplan biedt. Als eenmaal doordringt welke kansen er geboden worden reageert men meestal eerst met wat ongeloof en direct daarna met groot enthousiasme. De eerste die ‘aan’ ging was Corine.

Maak er gebruik van!

Dit jaar mag er dan wel dat extra mooie aanbod voor opleiding en ontwikkeling zijn via het Sectorplan Cultuur, via het SFPK (voorheen het Loopbaanfonds Theater) kan al jarenlang ondersteuning voor het volgen van loopbaantrajecten worden aangevraagd. Het was heel fijn om op kantoor bij Orkater te merken dat bijna iedereen op de hoogte is van deze mogelijkheden en dat ze er ook graag en ruim gebruik van maken. Daar is het voor tenslotte! Corine heeft haar LinC-traject ook mede gefinancierd met een bijdrage uit het Fonds.

Leren is een passie

Dat ze een mooie baan heeft straalt van haar af.  Als hoofd van De Nieuwkomers is het haar werk om voortdurend bezig te zijn met het ontwikkelen van talent. Ze praat er met passie over. In het Nieuwkomers-programma wordt aan jonge makers de kans geboden om, binnen het veilige kader van de organisatie van Orkater en in de buurt van meer ervaren en gelauwerde collega’s, hun eerste eigen productie te maken. Gemiddeld heeft Corinne zo’n n 2-5 producties per jaar onder haar hoede. Wat leuk is, is dat  Corine zelf eigenlijk ook zo’n Orkater-product is. Ze kwam er ooit als stagiaire binnen en werkt er nu al meer dan 10 jaar!

Tegen de waan van de dag

“Als je langere tijd op dezelfde plek werkt komt er onherroepelijk een moment dat de routine toeslaat. Als je je dat realiseert kun je twee dingen doen. Je kunt voort blijven dobberen op de waan van de dag, of je kunt dat besef nemen als aanleiding om weer eens wat tijd te nemen voor verdieping. Voor mij was dat laatste precies wat ik nodig had. Door LinC kreeg ik de kans om weer eens wat afstand te nemen, vooruit te kijken en me verder te ontwikkelen. Het mooie is dat dat precies is wat het me heeft gebracht, ondanks dat het best heel pittig, intensief en tijdrovend was om het in de routine van mijn werk en gezin in te passen. De beslissing om weer tijd vrij te maken voor een studie heeft me zo ook weer een stap verder gebracht. Ik kan het iedereen aanraden!”

© SFPK – Johanna Glas

Zou jij ook training of opleiding willen volgens om je kansen op een goed inkomen en werk te vergroten? Wat heb je dan nodig om in actie te komen? Wanneer ga jij optreden voor jezelf?!

Reacties kun je hieronder kwijt!

Bij het Sociaal Fonds Podiumkunsten is het op dit moment vooral Sectorplan Cultuur wat de klok slaat. De website Optreden voor Jezelf is sinds een paar maanden in de lucht en in de lopende periode, tot aan de zomer, gaan we op bezoek bij allerlei organisaties in de podiumkunsten in om het mooie aanbod van coaching, training en begeleiding dat dit jaar financieel extra ondersteund wordt door het Sectorplan Cultuur ‘aan de man te brengen’. Door het gesprek met de sector actief op te zoeken beginnen we een steeds beter beeld te krijgen van de behoeften die er bij de theater- & dansgezelschappen en de orkesten op HR-gebied leven.

Maar, daar blijft het niet bij. Juist omdat het een van onze belangrijkste taken is om de duurzame inzetbaarheid van mensen in onze sector te ondersteunen heeft het SFPK ook een voortrekkersrol op zich genomen in het Sectorplan Cultuur-project HR-onderzoek.

Waarom dit onderzoek?

Als gevolg van allerlei ontwikkelingen is de arbeidsmarkt in grote delen van de cultuursector ingrijpend aan het veranderen. Door de huidige HR-praktijk in kaart te brengen en door te onderzoeken hoe werkgevers met hun HR-beleid inspelen op deze veranderingen, willen we organisaties die daar behoefte aan hebben beter gaan voorzien van de benodigde kennis en ondersteuning. Het onderzoek heeft vooral een breed en verkennend karakter.

Namens alle partners die uitvoering geven aan het Sectorplan Cultuur vragen wij daarom aan zoveel mogelijk instellingen in de cultuursector om deel te nemen aan dit onderzoek. Hoe breder er aan wordt deelgenomen, hoe relevanter de informatie zal zijn die het oplevert; niet alleen voor de cultuursector als geheel maar ook voor alle individuele organisaties.

Hoe kun je meedoen?

Je kunt als HR-verantwoordelijke (= HR-functonaris of zakelijk leidinggevende) in jouw organisatie deelnemen door 15 tot 20 minuten van je tijd te besteden aan het invullen van een vragenlijst. Door op de stelling hieronder te reageren word je direct naar deze vragenlijst doorverwezen. Afhankelijk van het aantal vragen dat op jou van toepassing is, zul je er meer of minder tijd aan kwijt zijn. Wanneer je de antwoorden op sommige vragen niet direct uit je hoofd weet, stellen we het op prijs als je deze gegevens er even bij wilt zoeken. Invullen van de lijst kan op PC, iMac of iPad.

Reageer op deze stelling om direct je deelname aan het onderzoek te starten:

Ons HR-beleid is voldoende toegerust voor de uitdagingen binnen onze sector:

helemaal oneensoneensneutraaleenshelemaal eens

 

 

 

 

Behalve voor de uitvoering van dit specifieke HR-onderzoek in het kader van het Sectorplan Cultuur heeft het SFPK ook besloten zich hard te gaan maken voor de oprichting van een z.g. Cultuurpanel. Hiertoe gaan we regelmatig de mening peilen van werknemers en zelfstandigen in de kunst- en cultuursector. Werk je in de cultuursector of de creatieve industrie en wil je regelmatig je mening geven en laten horen wat je echt belangrijk vindt, meld je dan aan als panellid via: onderzoek@sfpk.nl

In gesprek met Noud van de Rhee

Op initiatief van de werkgevers- en werknemersorganisaties NAPK en FNV KIEM bereidt Noud van de Rhee op dit moment een gespreksronde voor in de theater- en danssector over de CAO. Het is de bedoeling dat de input uit deze gesprekken gebruikt wordt voor de onderhandelingen en totstandkoming van de nieuwe CAO per 1 juli a.s.

Wat is je achtergrond?

“Ik heb een HBO-opleiding in commerciële economie en marketing, was voorzitter van de VVDM, lid van de Federatieraad van de FNV en bestuurder van FNV Bouw. Vervolgens regiomanager voor Zuid-West Nederland bij FNV Bouw en hoofd P&O. In 2005 verbond ik mij als adviseur-partner aan Vlug Adviseurs in Rotterdam. Mijn expertise ligt op het vlak van arbeidsvoorwaarden en -verhoudingen, medezeggenschap en HR beleid, organisatieveranderingsprocessen, beleidsontwikkeling en conflictoplossing.”

Waardoor raakte je betrokken bij de cultuursector?

“FNV KIEM schakelt mij regelmatig in om bij te springen bij CAO-onderhandelingen en reorganisaties. Zo raakte ik snel thuis in de podiumkunsten. Toen in 2009 de CAO Theater toe was aan groot onderhoud, vroeg FNV KIEM mij om de onderhandelingsdelegatie te versterken en om te adviseren bij de ontwikkeling van sectorbeleid. Zo was men o.a. op zoek naar een model waarin niet slechts het huidige dienstverband, maar ook het arbeidsverleden bepalend kon worden gemaakt voor het recht op scholing en begeleiding. In de bouw bestond daarvoor al een model, omdat daar van oudsher altijd sprake was van seizoensarbeid. Dit model heeft uiteindelijk mede model gestaan voor de regelingen in het Loopbaanfonds Theater. Tot een aantal vergelijkbare fondsen in de sector in 2014 samengingen in het Sociaal Fonds Podiumkunsten, was ik bestuurslid van dit fonds.”

Wat is het belang van de gespreksronde die nu wordt voorbereid?

“De belangrijkste functie van een goede CAO is dat de concurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt gereguleerd, vanuit het principe dat gelijk werk een vergelijkbare beloning en waardering oplevert. Een groot deel van de bepalingen in de huidige CAO Theater en Dans is algemeen verbindend verklaard (AVV), wat inhoudt dat iedere organisatie in de sector wettelijk verplicht is  die AVV bepalingen toe te passen. In de sector zijn nogal wat kleinere organisaties actief voor wie dit vragen, en soms ook wel wat weerstand oproept. Door met zoveel mogelijk mensen in de sector in gesprek te gaan hopen NAPK en FNV KIEM boven tafel te krijgen wat er leeft, antwoord te kunnen geven op vragen die er zijn en ook input te verzamelen voor verbeteringen in de vernieuwde CAO vanaf 1 juli 2016. Niet alleen de NAPK aangesloten bedrijven, maar ook alle andere mensen en organisaties in de sector Theater den Dans zijn van harte uitgenodigd om te komen meepraten.”

Welke tendensen spelen een rol bij het ontwikkelen van een goede CAO Theater en Dans in de huidige tijd?

“Een belangrijke ontwikkeling in onze sector, meer nog dan in welke andere, is het gegeven dat er steeds minder met arbeidsovereenkomsten wordt gewerkt. Waar de relatie werkgever-werknemer in ‘traditionele’ CAO’s altijd als uitgangspunt werd genomen, is dat in onze sector al langer niet houdbaar omdat inmiddels meer dan de helft van de mensen die erin werkzaam is dat doet als ZZP-er. Er zal naar manieren moeten worden gezocht om gangbare uitgangspunten van goed werkgever- en werknemerschap ook in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer vorm te geven, bijvoorbeeld op gebieden als participatie en medezeggenschap van werkenden, loopbaanbeleid en persoonlijke ontwikkeling. De CAO kent nu al een bescheiden voorziening voor de studiekosten van ZZP’ers . Organisaties in de sector zie ik vaker op zoek zijn naar vormen van ‘personeelsbeleid’ voor de vaste kring van zzp’ers waarmee zij werken. Dan gaat het bijvoorbeeld om basisafspraken over tarieven, werk- en rusttijden, bijdrage in opleidingskosten e.d.. Niet zelden is daarbij de CAO een goede referentie.”

“Een ander aspect dat onze sector speciaal maakt is dat deze zo sterk informeel georganiseerd is. Het is soms net ‘één grote familie’. Dit maakt dat allerlei afspraken tamelijk impliciet worden gemaakt en soms lastig te formaliseren zijn, maar het heeft ook zeer positieve kanten; de bereidheid om ‘het samen te klaren’ is groter dan in welke sector ook, waardoor de gesprekken over arbeidsvoorwaarden aan de onderhandelingstafel meestal in een constructieve sfeer verlopen (al ligt er vaak wel een uitdaging om gemaakte afspraken ook op de werkvloer staande te houden).”

“Tenslotte is er vanuit diverse partijen in het land een roep om meer afstemming tussen verwante deelsectoren op het gebied van arbeidsvoorwaarden. Dat er nu een CAO is die zowel voor theater- als dansinstellingen geldt is een goed begin. Een volgende stap zou kunnen zijn dat de CAO voor de Nederlandse Podia hier bij aansluit. Of dit ook echt op de agenda van CAO partijen staat weet ik niet, maar de betreffende instellingen zoeken duidelijk naar hechte verbindingen, soms zelfs met een fusie tot gevolg. Bijvoorbeeld bij de gesprekken over het samengaan van De Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en Theaters aan het Spui in Den Haag, waar ik de ondernemingsraden ondersteun, maak ik dit van dichtbij mee.”

Naar aanleiding van de recent gepubliceerde Verkenning Arbeidsmarkt Cultuursector is er veel te doen over de inkomenspositie van kunstenaars. Hoe zou de sector hier in jouw ogen mee om moeten gaan?

“Het is van belang dat dit nu boven tafel begint te komen. Ik zou me kunnen voorstellen dat er een code voor goed opdrachtgever- en opdrachtnemerschap in de cultuur geformuleerd wordt, naar analogie van de code diversiteit die nu al door veel gemeenten  en instellingen wordt gehanteerd. Een dergelijke code zou dan ook onderdeel kunnen zijn van de toewijzingscriteria door subsidiënten. Door CAO partijen in de sector architecten  is bijvoorbeeld een beeldmerk ingevoerd dat garant staat voor goed opdrachtgeverschap. Bedrijven mogen dit beeldmerk alleen voeren als ook aan bepaalde minimumeisen m.b.t. tarieven en zakelijke voorwaarden is voldaan.”

Wat is het belang van het invullen van de enquêtes en van het deelnemen aan de gespreksronde?

“De sociale partners hebben zoveel mogelijk input nodig om tot een breed gedragen CAO te kunnen komen. Wat er leeft bij de grote instellingen en de leden van de NAPK wordt meestal goed voor het voetlicht gebracht, maar het is minstens zo belangrijk om ook goed in kaart te krijgen wat er leeft bij de overige, meest middelgrote en kleinere instellingen, zodat ook hun specifieke behoeften naar verhouding kunnen worden meegenomen bij de totstandkoming van een goede en werkbare CAO. Het is zeker niet bedoeld als nalevingscampagne. Het gaat echt om gezamenlijk werken aan een CAO die voor alle partijen goed en werkbaar is.”

Aanmelden voor de regionale bijeenkomsten kan d.m.v. een e-mail aan harriet.maris@vlugadviseurs.nl.

(het SFPK draagt bij in de kosten van dit initiatief en zal op deze site regelmatig aandacht geven aan de vorderingen van de activiteiten en resultaten).

Daarnaast heeft het SFPK als partner in het Sectorplan Cultuur de rol van voortrekker op zich genomen op het gebied van HRM-onderzoek in de Cultuursector. In de komende tijd zullen wij mensen in deze sector benaderen om zitting te nemen in een op te richten Cultuurpanel. Wie daarin geïnteresseerd is kan zich alvast aanmelden via post@sfpk.nl.

 

FNV KIEM en NAPK peilen ervaringen met de CAO Theater en Dans

Noud van de Rhee – januari 2016

Nadat de CAO’s voor Dans en Theater in 2014 werden samengevoegd, is daarvan een iets beperkte versie begin 2015 Algemeen Verbindend Verklaard (AVV). Dit betekent dat alle Nederlandse gezelschappen en instellingen die zich hoofdzakelijk met Theater en/of Dans bezighouden, verplicht zijn om deze CAO toe te passen.

Voor sommige organisaties is dit dus een nieuwe situatie. En dat kan best even wennen zijn. Hoe zit dat met werk- en rusttijden, functies, loonschalen etc, en hoe sluiten deze bepalingen aan bij het werk in de praktijk? Daarover gaan CAO partijen FNV KIEM en NAPK in gesprek met de sector.

De huidige CAO loopt af per 1 juli 2016. FNV KIEM en NAPK willen graag weten welke ervaringen in de praktijk worden opgedaan, vooral waar de CAO voor het eerst van kracht is. Daarom is onlangs een peiling uitgezet in de sector waarbij leden en ook niet- leden met internet enquêtes om reacties werden gevraagd. Hiermee is informatie opgehaald waarmee straks, bij een nieuwe CAO-ronde, bepalingen kunnen worden verbeterd en meer passend kunnen worden gemaakt bij de bedrijfsvoering en de arbeidsverhoudingen in de sector.

In het voorjaar wordt vervolgens een aantal regionale rondetafelbijeenkomsten gehouden waarbij zakelijk leiders, makers en andere werkenden in gesprek gaan over de arbeidsverhoudingen in de sector en vooral over hoe we deze vanuit de CAO kunnen versterken.

Aanmelden voor deze regionale bijeenkomsten kan d.m.v. een e-mail aan harriet.maris@vlugadviseurs.nl.

Het Sociaal Fonds Podiumkunsten ondersteunt deze activiteit, de uitvoering wordt verzorgd door de heer Noud van de Rhee.

De Boekmanstichting en het Sociaal Cultureel Planbureau publiceerden deze week De Staat van Cultuur 2, een update van de Cultuurindex Nederland (2005-2013)

Dit zijn de trends in de Podiumkunsten:

 

Trend 1: Vraag versus aanbod

De Cultuurindex Nederland laat zien dat het aanbod van voorstellingen de afgelopen jaren iets harder groeide dan het bezoek, maar dat beide sinds 2011 sterk zijn afgenomen. Het aantal voorstellingen in de vrije sector (voornamelijk musical) en de bezoekersaantallen beleefden vooral in 2012 een sterke neergang. Naar verhouding staan de musicals er in 2013 iets beter voor, hoewel het nog steeds een fiks verschil is met de voorgaande jaren. In 2013 ging de nieuwe subsidieperiode in met forse bezuinigingen. Dat de cijfers voor dat jaar dus lager uitvallen moge geen verrassing zijn.

Trend 2: Maatwerk

De traditionele vormen van optredens worden steeds meer aangevuld met optredens op alternatieve locaties: maatwerk is een trend. Dit is vooral in de popsector zichtbaar: Poppodia programmeren steeds meer buiten de eigen deur om bands en artiesten een passend podium te bieden op een locatie elders in de stad. Ook festivals lijken hier op in te spelen. Alhoewel de festivalisering afgelopen jaren stabiliseerde, zit de festivalmarkt sinds 2013 weer in de lift. De festivals kenmerken zich door unieke locaties en kleinschaligheid, zoals The Best Kept Secret op de Beekse Bergen of Down The Rabbit Hole, het kleine broertje van Lowlands. De unieke sfeer en intimiteit moet bezoekers trekken en doet dat ook. Door maatwerk te leveren en in te spelen op de wensen van een specifieke doelgroep, wordt het publiek naar de festivals en de podia getrokken.

Trend 3: Online muziekles

Een andere opvallende ontwikkeling is de afname van het aantal leerlingen en cursisten bij centra voor de kunsten. Betekent dit dat steeds minder jongeren zich bezig houden met muziek of theater? Niet direct, het lijkt er meer op dat er ándere manieren worden gevonden om bijvoorbeeld een instrument te leren bespelen. Alhoewel harde cijfers ontbreken, bestaat de indruk dat het internet hier een alternatief biedt. Op YouTube en andere websites zijn talloze instructiefilmpjes en cursussen te vinden, zo is het slechts nog een kwestie van inloggen en naspelen.

Trend 4: Streaming versus downloads

Het internet heeft nog meer consequenties voor de sector podiumkunsten. De verkoop van albums en singles is sinds 2005 alleen maar afgenomen, het online aanbod via niet gereguleerde kanalen nam alleen maar toen. Pas begin 2014 werd illegaal downloaden officieel strafbaar, maar er is nog geen manier gevonden om dit te handhaven. Inmiddels raakt het illegaal downloaden ook over haar hoogtepunt heen door het populaire alternatief van muziekstreaming. Het succes van diensten als Deezer en Spotify heeft er voor gezorgd dat de neerwaartse trend van de omzet op de muziekmarkt in 2013 voor het eerst werd doorbroken. De omslag zat er in 2012 al aan te komen toen het aantal betalende abonnees van Spotify met ongeveer 1 miljoen steeg van 0,6 naar 1,6 miljoen. De verwachting is dat deze groei in omzet door streamingdiensten de komende jaren verder doorzet. Het publiek kiest toegang boven bezit en wil altijd en overal kunnen kiezen uit een onbeperkt aanbod. Dat kan: het enige vereiste is toegang tot het internet. Al deze ontwikkelingen hebben logischerwijs het gevolg dat het aantal cd/dvd winkels flink afneemt. Opvallend genoeg staat daartegenover een herleving van vinyl.

Het gehele rapport van de Cultuurindex 2005-2013 downloaden? Klik hier

Deze tekst is van de hand van André Nuchelmans, en werd integraal overgenomen van de website van de Cultuurindex

foto © Claudia Kamergorodski – Julia Bless

Een tijdje terug ontmoette ik Julia Bless. We waren beiden bij een evenement van het Cultureel Persbureau. Ik zou die middag, samen met Nancy Koornwinder van 10-Social, een introductie verzorgen over Twitter en hoe je dat als kunstenaar of culturele instelling kunt inzetten voor de marketing van je organisatie. Julia was in de zaal.

Zo iemand waar je als trainer van droomt

Ik was wat gespannen die middag. Hoe zou het zijn om voor hok vol cultuurjournalisten en kunstenaars onze kennis en voorliefde voor Twitter te etaleren? Konden we het overbrengen? Zou het ons lukken om adequaat op kritische vragen te reageren? Hoewel we zelf heel goed weten dat het werkt als je weet wat je doet, is het een gegeven dat niet iedereen er gemakkelijk voor overstag gaat. Gelukkig konden we snel ontspannen want Julia was in de zaal. Zij is zo iemand waar iedere trainer van droomt; een deelnemer die echt van de hoed en de rand wil weten en die steeds enthousiaster wordt. Het werd een heerlijke middag!

Tijdens de borrel sprak ik haar natuurlijk aan, daar wilde ik meer van weten…

Julia’s aanwezigheid bleek vooral een zakelijke reden te hebben. Naast haar werk als regisseur bij theatergroep Suburbia startte ze recent haar eigen trainingsbureau Suburbia in bedrijf. Een bureau dat trainingen verzorgt in het bedrijfsleven op het gebied van creatief denken, presenteren, samenwerken e.d. Toen ze daarna ook nog vertelde dat ze in de voorbereiding naar deze stap ondersteuning had gekregen via het Loopbaanfonds Theater (een van de voorlopers van wat nu het SFPK is) wilde ik wel graag een interview…

Twee banen

“Ik werkte naast mijn regisseerwerk voor Suburbia, net als velen in ons vak, ook nog in het onderwijs. Een pittige combinatie die ik soms best zwaar vond omdat het regelmatig voorkwam dat ik na een dag voor de klas ook nog ‘s avonds aan de bak moest. Ik was al een tijdje aan het nadenken hoe ik daar wat meer balans ik kon krijgen.”

Dat er bij Suburbia ook al enige tijd werd gezocht naar manieren om ‘ondernemender’ te worden bracht haar op het idee. Zou ze de vaardigheden die ze in haar creatieve werk al heel ver had ontwikkeld, misschien ook wel in een zakelijke omgeving kunnen gebruiken? Regisseurs hebben natuurlijk al veel kwaliteiten die uitstekend toepasbaar zijn in het bedrijfsleven, zoals de wil om te leren, improviseren, interacteren, het kunnen bedenken van ongebruikelijke oplossingen…

En ook nog eens beter verdienen!

“Ik ben zo dankbaar voor de kans die ik heb gekregen om mij, met een bijdrage van 70 % door het Loopbaanfonds, als trainer te ontwikkelen. Als ik dat helemaal zelf had moeten betalen had ik me dat nooit kunnen permitteren. Doordat ik aan de Academie voor Innovatief Trainen en bij B.E.E.R. Collewijn/Mulder een opleiding in speels coachen en trainen kon volgen, brak er een heel nieuwe fase aan, zowel voor mij persoonlijk, als voor Suburbia. Zij kunnen zich op een innovatieve manier onderscheiden door met een bijzonder aanbod zichtbaarder te worden in de regio en ik kan nu zelf veel beter plannen hoe ik de periodes tussen regies wil invullen. Het is heel fijn dat ik daardoor meer balans in mijn werk heb gekregen en het mooie is, ik verdien er nog eens beter mee ook.”

Julia mag zich inmiddels met veel plezier hebben toegelegd op het ondernemerschap door een trainingsbureau te beginnen, ze verzekert me wel dat het regisseren voor haar op nummer één blijft. “Ik ben en blijf theatermaker. Het is alleen zo heerlijk om te merken dat de competenties die ik als regisseur gewend ben in te zetten, zoals het overbrengen van creativiteit, inhoud, passie en bezieling, verkóópbaar blijken te zijn, zodat mijn wereld niet meer hoeft in te storten als ik even geen regie kan doen.”

Dat laat je toch niet liggen?!

Aan het eind van ons gesprek gaat Julia nog even helemaal los: “Ik wil iedereen wel wakker schudden, want het is zo belangrijk om je te blijven ontwikkelen! Kijk op de website van het SFPK en oriënteer je op je mogelijkheden. Als er geld is waar je aanspraak op kunt maken, dan ga je dat toch niet laten liggen?!”

© SFPK – Johanna Glas

Zou jij ook training of opleiding willen volgens om je kansen op een goed inkomen en werk te vergroten? Wat heb je dan nodig om in actie te komen? Wanneer ga jij optreden voor jezelf?!

Reacties kun je hieronder kwijt!

foto © Robert van der Ree – Sijtze van der Meer in Anatol (2014)

Deze keer een gesprek met Sijtze van der Meer, acteur en directielid van ACT, de grootste belangenbehartiger van acteurs in Nederland. We ontmoeten Sijtze op een zolder aan de Keizersgracht in Amsterdam, in het kantoor van ACT.

We moesten maar eens kennismaken

ACT is met ruim 1.100 leden de grootste belangenbehartiger van acteurs in ons land en het Sociaal Fonds Podiumkunsten is het grootste fonds in Nederland dat zich specifiek bezighoudt met opleiding en ontwikkeling van mensen die in de sector podiumkunsten werkzaam zijn. We moesten maar eens kennismaken!

Wat heb je nodig?

“Wat hebben acteurs nodig?” Met deze vraag direct op tafel reageert Sijtze heel instinctief: “Geld natuurlijk! Je moet wel kunnen afrekenen bij AH tenslotte”. Misschien was dit niet helemaal het antwoord waar ik op anticipeerde, maar wel direct de vinger op de zere plek. Uit de ACT-monitor (klik), waarin de ontwikkelingen in het werk en inkomen van professionele acteurs in Nederland recent door ACT werden onderzocht, komt de schrale werkelijkheid naar voren waaruit deze reactie heel goed te begrijpen valt. Meer dan de helft van de respondenten in dit onderzoek verdient met het werkelijke acteerwerk nauwelijks 50 % van het modale inkomen van zo’n € 2.500,- per maand. Velen moeten er dus ander werk naast doen om aan een redelijke boterham te komen. Lage inkomsten, grote onregelmatigheid, veel afwijzing en teleurstelling, en ja, zelfs regelrechte (en gelegitimeerde) discriminatie – het hoort er allemaal bij. “Soms zou ik willen dat ik een Marokkaan was” verzucht Sijtze als ik vraag hoe hij dat ziet. “Je hebt wat je hebt en je bent wat je bent. Ik zal nooit als Marokkaan gecast worden, terwijl er de laatste jaren veel prachtige rollen voor collega’s van Marokkaanse afkomst waren. Net zo min als een Surinamer snel voor de rol van koning Willem-Alexander zal worden gecast, of een vrouw van 40 voor de rol van een pubermeisje. Het is geen makkelijk vak, acteur! Dat we dat allemaal op de koop toe willen nemen betekent dat we het wel écht heel graag willen.”

Een leven lang werken als acteur

“Maar wat hebben acteurs dan nodig om een leven lang aan het werk te kunnen blijven?”, vraag ik nogmaals. “Wat voor soort ondersteuning zouden ze daarbij kunnen gebruiken?” Het is een vraag waar ze bij ACT ook graag het antwoord op zouden weten. Hun na- en bijscholingscommissie merkt regelmatig dat de achterban maar matig interesse heeft voor de prachtige programma’s die ze aanbieden. Alleen workshops die ook goede kansen bieden om te netwerken (“Hans Kemna is er ook”) zitten wel eens vol. “Misschien zitten acteurs wel niet zo te wachten op begeleiding; je hebt je opleiding gedaan en je hebt het vak geleerd. Studeren doe je ook al zoveel voor de rollen die je speelt. De meesten denken dat ze het zelf wel kunnen.”

Optreden voor Jezelf

“En hoe zit dat dan voor jou, wanneer was de laatste keer dat jij ‘voor jezelf hebt opgetreden’?” Sijtze hoeft niet lang te denken. “Ik heb onlangs de video’s van Micheal Caine maar weer eens tevoorschijn gehaald. Elke keer als ik die kijk leer ik toch weer iets nieuws. Verder zou het ook goed zijn om mijn Duits op te halen, of om op zoek te gaan naar een goede trainer voor stemmenwerk. Als het leren daarvan ervoor zorgt dat je je rekeningen beter kunt betalen…”

Je bént het!

Hoewel meestal aan het werk, Sijtze is ook wel eens over de vloer bij het UWV. En hij is beslist niet de enige… Het is de aard van het vak dat je met onregelmatig werk en inkomen om moet kunnen gaan. Wat voor beleidsmakers niet altijd even duidelijk lijkt, wordt door zijn werkcoach bij het UWV nu gelukkig wel begrepen: Acteur zijn is niet zomaar een beroep – je bént acteur! Het is voor de meesten van hen helemaal geen optie om zich om te scholen naar een ander vak, hoezeer beleidsmakers daar ook op zouden willen aansturen. Acteurs wíllen werken. Zoveel ze kunnen. Als acteur! Zelfs als dat geen modaal inkomen geeft! Want ja, klagen mag dan wel de grootste hobby van acteurs zijn…, “het is en blijft het leukste vak van de wereld!”

© SFPK – Johanna Glas

Hoe is het voor jou? Kun jij leven van je acteerwerk? Wat heb jij nodig? Wanneer ga jij optreden voor jezelf?!

Je kunt het ons laten weten in het reactieveld hieronder!

foto Erik Akkermans

Regelmatig zullen wij op deze plek mensen aan het woord laten die op de een of andere manier betrokken zijn bij de activiteiten van het SFPK. De eerste aan wie we dit woord geven is Erik Akkermans, voorzitter van de Federatie Cultuur en voorzitter van de Stuurgroep Sectorplan Cultuur.

Vernieuwend of vertrouwd?

Geen andere sector dan die van de cultuur is vermoedelijk zo doordrongen van begrippen als ‘beweging’, ‘vernieuwing’, ‘ontwikkeling’ of ‘innovatie’. Zowel naar inhoud als naar vorm behoort elke volgende schepping verrassend en vernieuwend te zijn.  Het nieuwste boek, het nieuwste toneelstuk, de nieuwste film moeten iets toevoegen aan alles wat we al lazen of zagen. En zelfs als in de muziek de oude Beethoven weerklinkt, willen we hem graag ‘afgestoft’, in een ‘frisse, eigentijdse versie’ beluisteren.

Het is me in de cultuursector vaak opgevallen hoe groot het contrast kan zijn tussen enerzijds het vanzelfsprekende concept van ‘vernieuwing’ van inhoud en vorm en anderzijds het grote gebrek aan beweging als het om zakelijke en personele aspecten gaat. Ik denk wel eens dat er zoveel energie, emotie en talent gaan zitten in de conceptuele vernieuwing dat werkers in cultuur grote behoefte hebben aan een onveranderlijke, vertrouwde  omgeving. En dat de leiding van een organisatie zo gericht is op artistiek presteren én financieel evenwicht dat er weinig ruimte overblijft voor personeelswerk, opleiding en scholing.

Toch sluiten die aspecten elkaar niet uit. Het gaat ook helemaal niet om tegenstellingen. Bij vernieuwing in bijvoorbeeld theatertechniek is dat al snel duidelijk: dat zit dicht tegen de inhoud aan. Ook marketing is een terrein waar innovatie zijn slag mag slaan. En instellingen die nu nog de social media in hun publiekswerving negeren zijn schaars. Maar ‘saaie’ onderwerpen als personeelsbeleid, opleiding & ontwikkeling of mobiliteit kennen doorgaans meer stilstand dan beweging.

De cultuursector is bij uitstek een arbeidsintensieve sector. Het werkkapitaal valt grotendeels samen met de menselijke factor. En dan hebben we het niet alleen over de acteurs en musici, maar ook over de boekhouder, de technisch assistent, de educatief medewerker. De bibliotheekmedewerker die twintig jaar geleden van de bibliotheekacademie kwam is niet meer voor het werk geschikt als hij of zij niet inmiddels is geschoold in bijvoorbeeld digitale dienstverlening.  De kassamedewerker die de organisatie dertig jaar trouw heeft gediend maar uitstraalt dat hij gelukkig nog maar vijf jaar van het pensioen verwijderd is, lijkt me geen reclame voor een vernieuwend gezelschap.

‘Duurzame Arbeidsmarkt’

‘Arbeidsmarkt Cultuur’ klinkt, net als ‘Sociaal Fonds’, ‘HRM-beleid’ of ‘functioneringsgesprek’ als een onappetijtelijke soundbite in een overigens alleen maar welluidende wereld. Maar beweging houden in het denken, het engagement met de wereld, de vaardigheden en het vakmanschap van medewerkers versterkt wél de basis. Door de vernieuwing ‘backstage’ en ‘in the backoffice’ minstens gelijke tred te laten houden met wat er op het podium of ‘front office’ gebeurt, ontwikkelt de organisatie zich tot een speler die jarenlang in de eredivisie kan blijven.

Dat de cultuursector in gezamenlijkheid een plan ‘Duurzame Arbeidsmarkt’ heeft gemaakt is vernieuwend. Nu gaat het er vervolgens om in elkaars keuken te kijken, van elkaar te leren, opleidingen te realiseren en al het talent – van de acteur zowel als van de kassière – te koesteren en te vermeerderen.

Erik Akkermans
Voorzitter Federatie Cultuur en voorzitter Stuurgroep Sectorplan Cultuur