a. Aanvraag:
Het schriftelijk verzoek waarin een bijdrage in de kosten van een Loopbaanontwikkelingstraject, informatietraject, onderzoek of advies en begeleiding bij de ontwikkeling en het opstellen en/of de implementatie van een scholingsplan als bedoeld in artikel 4 van dit Reglement wordt gevraagd, voor zover van toepassing conform het model dat is voorgeschreven, of althans alle informatie bevattende zoals vereist, op basis waarvan dat Bestuur een beslissing kan nemen.

b. Aanvrager:
De (voormalig) Werknemer, Werkgever of Sociale partner die bij het Bestuur van het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten een Aanvraag indient.

c. Afwijzing:
De schriftelijke mededeling per e-mail of brief inzake de beslissing op de Aanvraag, inhoudende de definitieve beslissing van het Bestuur om geen Bijdrage toe te zeggen c.q. toe te kennen.

d. Arbeidsovereenkomst:
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW.

e. Bestuur:
Het bestuur van het Sociaal Fonds voor Podiumkunsten (SFPK) .

f. Bijdrage:
Het bedrag waarop de Aanvrager recht heeft op basis van een Toezegging c.q. Toekenning van het Bestuur.

g. CAO:
De CAO Loopbaanregeling Theater & Dans/ CAO SFPK

h. Loopbaanregeling:
Budget voor loopbaanontwikkelingstrajecten in de sectoren theater en dans, ondergebracht bij het Sociaal Fonds Podiumkunsten.

i. Loopbaanontwikkelingstrajecten:
Opleidingen, trainingen, cursussen, workshops, masterclasses, coaching, intervisie, loopbaanoriëntatie- of loopbaanadviestrajecten, werkstages of congressen met een educatief karakter. Onder Loopbaanontwikkelingstraject wordt in het kader van dit Reglement tevens verstaan een traject ter bevordering van de mobiliteit van een Werknemer, die door uitzonderlijke omstandigheden niet meer in staat is om volledig of gedeeltelijk zijn eigen functie uit te oefenen.

j. NAPK:
Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten.

k. Rechthebbende:
Een (voormalig) Werknemer, een Werkgever of Sociale partner als bedoeld in artikel 3 van het Reglement van het Loopbaanregeling inzake subsidiecriteria.

l. Reglement:
Het Reglement van het Loopbaanregeling inzake subsidiecriteria.

m. Sociale partner(s):
De partijen bij de CAO, te weten de werkgeversorganisatie NAPK (sector Theater & Dans) en de werknemersorganisatie FNV KIEM c.q. hun rechtsopvolger(s).

n. Toezegging:
De schriftelijke mededeling per e-mail of brief inzake de beslissing op de Aanvraag, inhoudende een voorlopige en voorwaardelijke honorering van de Aanvraag door het Bestuur.

o. Toekenning:
De schriftelijke mededeling per e-mail of brief inzake de beslissing op de Aanvraag, inhoudende de definitieve beslissing van het Bestuur omtrent de Bijdrage en de hoogte daarvan.

p. Toneel & Dans:
Toneel in de ruimste zin van het woord, met of zonder tekst, ten behoeve van alle leeftijds- en publieksgroepen, uit te voeren in de grote of kleine zaal van een theatergebouw of op locatie (inclusief performances en mime én inclusief toneel waarin elementen van (live) muziek, dans, opera, operette, musical, cabaret, poppenspel, circus en/of audiovisuele middelen zijn verwerkt), met uitzondering van (live) muziek, dans, opera, operette, musical, cabaret, poppenspel en circus;

Dans in de ruimste zin van het woord, met of zonder muziek/tekst, voor alle leeftijds- en publieksgroepen, op podia of op locatie. Dans kan elementen bevatten van andere (podium)kunstdisciplines.

Uitgezonderd zijn producties die uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit muziek, toneel, opera, operette, musical, cabaret, poppenspel en circus.

q. Werkgever:
Elke in Nederland wonende natuurlijk persoon of in Nederland gevestigde rechtspersoon, die op enig moment gedurende de looptijd van de CAO lid is van de NAPK (sector Theater & Dans) en op basis van een arbeidsovereenkomst één of meerdere Werknemer(s), als bedoeld in artikel 1 sub t van het Reglement in dienst heeft.

Onder het begrip ‘Werkgever, die onder de werkingssfeer van de CAO’ valt, wordt in dit verband tevens begrepen (de bureau-organisatie van) NAPK zelf.

r. Werkingssfeer CAO:
De CAO Loopbaanregeling Theater & Dans/ CAO SFPK 2014 – 2019 is van toepassing op de arbeidsovereenkomst tussen elke Werkgever als hiervoor bedoeld in artikel 1 onder q en al zijn Werknemers als hierna bedoeld in artikel 1 onder s.

s. Werknemer:
De natuurlijk persoon (m/v), die een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een Werkgever als bedoeld in artikel 1 sub q van het Reglement, met uitzondering van:

– de danser die rechten kan ontlenen aan de Omscholingsregeling Dans Nederland;
– een stagiaire;
– de medewerker, die niet beroepsmatig kortdurend werk verricht, waaronder begrepen een vakantiewerker, vrijwilliger en figurant;
– een uitzendkracht;
– medewerkers die zijn aangesteld via tijdelijk gesubsidieerde werkgelegenheids-projecten, waaronder niet begrepen Werknemers met een combinatiefunctie, waarvoor in de CAO Theater & Dans een gedeeltelijke dispensatieregeling is opgenomen.

Artikel 2 – Algemeen

1. Dit Reglement is een nadere uitwerking van de doelstellingen van het Loopbaanregeling, zoals neergelegd in CAO/statuten Loopbaanregeling Theater en Dans/ CAO/statuten SFPK.

2. In dit Reglement zijn subsidiecriteria opgenomen ten behoeve van Rechthebbenden die een Aanvraag wensen in te dienen voor een Bijdrage uit het Loopbaanregeling.

3. Voor zover het Reglement geen uitsluitsel biedt, beslist het Bestuur.

Artikel 3 – Rechthebbenden

Als Rechthebbenden op een Bijdrage uit het Loopbaanregeling worden aangemerkt:

a. de Werknemer die in de periode van 36 maanden direct voorafgaande aan de datum van indiening van de Aanvraag gedurende tenminste 8 maanden in dienst is geweest van één of meerdere Werkgever(s), vallende onder de Werkingssfeer van de CAO;
b. de Werknemer die in de periode van 12 maanden direct voorafgaande aan de datum van indiening van de Aanvraag gedurende tenminste 4 maanden in dienst is geweest van één of meerdere Werkgever(s), vallende onder de Werkingssfeer van de CAO;
c. de Werkgever, die onder de Werkingssfeer van de CAO valt;
d. een Sociale partner.

Artikel 4 – Subsidiabele trajecten

1. Rechthebbenden kunnen voor navolgende trajecten een Aanvraag indienen:

a. het volgen van Loopbaanontwikkelingstrajecten, die kunnen bijdragen aan het verwerven en versterken van de vakbekwaamheid en/of persoonlijke ontwikkeling en/of professionaliteit en/of inzetbaarheid in de theater- en/of danssector door (voormalig) Werknemers vallende onder de Werkingssfeer van de CAO;
b. het bevorderen van deelname aan Loopbaanontwikkelingstrajecten, die kunnen bijdragen aan het verwerven en versterken van de vakbekwaamheid en/of persoonlijke ontwikkeling en/of professionaliteit en/of inzetbaarheid in de theater en/of danssector, door (een) Werkgever(s), vallende onder de werkingssfeer van de CAO of (een) bij die CAO betrokken Sociale partner(s), ten behoeve van (een) (voormalig) Werknemer(s), vallende onder de Werkingssfeer van de CAO;
c. het (laten) opzetten en uitvoeren van Loopbaanontwikkelingstrajecten, die gericht zijn op het bijblijven en verbreden, dan wel verdiepen van kennis en/of vaardigheden van één of meerdere (voormalig) Werknemer(s), die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn/hun huidige functie en/of toekomstige functie in de theater en/of danssector, door (een) Werkgever(s), vallende onder de Werkingssfeer van de CAO of (een) bij die CAO betrokken Sociale partner(s);
d. een scholingsplan van een Werkgever, vallende onder de werkingssfeer van de CAO, betrekking hebbende op een aanzienlijk deel van zijn Werknemers, één en ander op voorwaarde dat het scholingsplan aansluit bij de doelstellingen geformuleerd in het (actuele) bedrijfsplan van de Werkgever c.q. in het document waarin de beleids¬uitgangs-punten van Werkgever zijn vastgelegd. Implementatie van het scholingsplan dient overduidelijk bij te dragen aan tenminste een heroriëntatie, maar bij voorkeur verdere ontwikkeling/professionalisering van de organisatie van Werkgever.
e. het (laten) opzetten en uitvoeren van informatie- en Loopbaanontwikkelings-trajecten, die gericht zijn op het bijblijven en verbreden, dan wel verdiepen van kennis en/of vaardigheden met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden door (een) bij de CAO betrokken Sociale partner(s), ter bevordering van een juiste toepassing van de arbeidsvoorwaarden door Werkgevers en (voormalig) Werknemers, vallende onder de Werkingssfeer van de CAO;
f. het (laten) doen van onderzoek en opzetten en uitvoeren van Loopbaan-ontwikkelings¬trajecten in het kader van levensfase bewust personeelsbeleid, en/of beleid inzake functioneren/beoordelen en ontwikkelen, door (een) Werkgever(s), vallende onder de Werkingssfeer van de CAO of door (een) bij die CAO betrokken Sociale partner(s), ten behoeve van Werkgevers én (voormalig) Werknemers vallende onder de Werkingssfeer van de CAO.

2. Met betrekking tot Aanvragen als hiervoor in lid 1 sub b tot en met d en f van dit artikel bedoeld, betreffende (een) Loopbaanontwikkelingstraject(en), (een) scholingsplan(nen) of onderzoek(en), ingediend door een Werkgever vallende onder de werkingssfeer van de CAO, verwacht het Bestuur dat – voor zover van toepassing en wettelijk verplicht – tijdig de juiste procedures zijn gevolgd als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR).

3. De kosten van coachingstrajecten, loopbaanoriëntatie- of loopbaanadviestrajecten, werkstages en mobiliteitstrajecten als hierna bedoeld in artikel 4 lid 4 sub b, komen slechts voor een Bijdrage in aanmerking indien in de Aanvraag:

a. het einddoel van het traject helder is omschreven;
b. een plan van aanpak kan worden overgelegd dat aangeeft op welke wijze het einddoel wordt bereikt.

4. Voor een Bijdrage komen nadrukkelijk niet in aanmerking de kosten verbonden aan:

a. Loopbaanontwikkelingstrajecten, gericht op kennis of een certificaat e.d. dat wettelijk verplicht is;
b. Loopbaanontwikkelingstrajecten, die gericht zijn op kennis en vaardigheden, die in het kader van de reguliere bedrijfsvoering al aanwezig dienen te zijn;
c. Loopbaanontwikkelingstrajecten, die gericht zijn op het vergaren van basiskennis en basisvaardigheden, die geacht worden bij de betreffende (voormalig) werknemer(s) aanwezig te zijn (bijvoorbeeld een cursus Elementaire hijstechniek);
d. Loopbaanontwikkelingstrajecten die geheel of gedeeltelijk door andere fondsen of regelingen worden gesubsidieerd tenzij uit de begroting blijkt dat er geen sprake is van dubbele subsidie;
e. Loopbaanontwikkelingstrajecten met betrekking tot welke het Bestuur over aanwijzingen beschikt dat de aanbieder/ontwikkelaar of uitvoerder van het traject van onvoldoende kwaliteit is.

Artikel 5 – Subsidiabele kosten

1. Uitsluitend kosten die noodzakelijk verbonden zijn met het te subsidiëren traject en die niet kunnen worden beschouwd als normaal onderdeel van of als materiële investering in de bedrijfsvoering, of als kosten van vervanging van de Werknemers die betrokken zijn bij het traject, worden in de afrekening als te subsidiëren kosten meegerekend.

2. Als de in het voorgaande lid bedoelde subsidiabele kosten worden in ieder geval beschouwd, noodzakelijke kosten betreffende:

a. het Loopbaanontwikkelingstraject;
b. verplichte literatuur;
c. verblijfskosten (op standaardniveau);
d. reiskosten (openbaar vervoer tweede klas of ‘belastingvrije’ km-vergoeding);
e. ontwikkel- en uitvoeringskosten;
f. onderzoekskosten.

3. Voor die Rechthebbenden die BTW-plichtig zijn worden de netto-bedragen als kosten aangemerkt. Indien het een Aanvraag betreft ingediend door een Werknemer, waarbij de kosten zijn gefactureerd aan en betaald door diens Werkgever, worden alleen de netto-bedragen als kosten aangemerkt.

Artikel 6 – Hoogte van de Bijdrage

1. Een Rechthebbende als bedoeld in artikel 3 sub a en/of b van dit Reglement krijgt per aanvraag maximaal 80% van de totale kosten van het te subsidiëren traject vergoed. De totale Bijdrage(n) per Rechthebbende bedraagt/bedragen op jaarbasis maximaal € 3.000.

2. Een Rechthebbende als bedoeld in artikel 3 sub c van dit Reglement krijgt per aanvraag maximaal 80% van de totale kosten van het te subsidiëren traject vergoed. De op jaarbasis maximaal toe te kennen Bijdrage(n) inzake aanvragen voor een individuele Werknemer bedraagt € 3.000 per Werknemer.

Ook aanvragen betreffende collectieve Loopbaanontwikkelingstrajecten worden voor maximaal 80% van de totale kosten van het te subsidiëren traject vergoed. Uitsluitend in bijzondere omstandigheden (bijv. in geval van een pilot waarvan de resultaten ten goede komen aan het LBFT&D én de gehele theater- en of danssector) kan daarvan ten gunste van de Aanvrager worden afgeweken tot maximaal 100% van de totale kosten.

3. Een Rechthebbende als bedoeld in artikel 3 sub c van dit Reglement krijgt per aanvraag betreffende een organisatiebreed scholingsplan, dat aan de in artikel 4 lid 1 sub d vermelde voorwaarden voldoet, maximaal 75% van de totale kosten van het te subsidiëren traject vergoed.

Daarnaast kan een Rechthebbende als bedoeld in artikel 3 sub c – onder voorwaarden – eenmalig maximaal 50% van de totale kosten van advies en begeleiding bij het ontwikkelen en opstellen van een organisatiebreed scholingsplan vergoed krijgen, met een maximum van € 2.500.

De daaraan verbonden voorwaarden zijn:

– de adviseur wordt aangewezen door het Bestuur, dan wel het Bestuur heeft voorafgaande aan de start van de werkzaamheden zich schriftelijk akkoord verklaard met de (overeenkomst van opdracht met de) door de Aanvrager verkozen adviseur;
– het advies en/of de begeleiding van de adviseur leidt binnen een periode van zes maanden na afronding van diens werkzaamheden tot indiening van een Aanvraag.

4. Een Rechthebbende als bedoeld in artikel 3 sub d van dit Reglement krijgt per Aanvraag maximaal 50% van de totale kosten van het te subsidiëren traject vergoed. Indien een Aanvraag door Sociale partners tezamen wordt ingediend kan het Bestuur besluiten om maximaal 100% van de kosten van het te subsidiëren traject te vergoeden.

5. (Een) Rechthebbende(n) als bedoeld in artikel 4 lid 4 sub c van dit Reglement krijgt/krijgen per Aanvraag tezamen maximaal 25% van de totale kosten van het te subsidiëren traject vergoed, indien het een door een (van de) Sociale partner(s) en/of meerdere Werkgevers t.b.v. van een aanzienlijk aantal Werknemers ontwikkeld en/of georganiseerd collectief Loopbaanontwikkelingstraject betreft, dat is gericht op kennis of een certificaat dat wettelijk verplicht is of dat binnen zes maanden wordt.

6. (Een) Rechthebbende(n) als bedoeld in artikel 4 lid 4 sub d van dit Reglement krijgt/krijgen per Aanvraag tezamen maximaal 25% van de totale kosten van het te subsidiëren traject vergoed, indien het een door een (van de) Sociale partner(s) en/of meerdere Werkgevers t.b.v. van een aanzienlijk aantal Werknemers ontwikkeld en/of georganiseerd collectief Loopbaanontwikkelingstraject betreft, dat is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden met betrekking tot een wijziging in regelgeving, softwareprogramma’s etc., die binnen een periode van zes maanden direct voorafgaand aan of volgend op de Aanvraag plaatsvindt.

7. Ook voor meerjarige Loopbaanontwikkelingstrajecten kunnen Aanvragen worden ingediend. Meerjarige Loopbaanontwikkelingstrajecten zijn uitgezonderd van de in artikel 7 lid 2 van dit Reglement opgenomen regel dat per Loopbaanontwikkelings¬traject slechts één Aanvraag voor een Bijdrage in aanmerking komt. Voor meerjarige trajecten geldt dat dit duidelijk in de aanvraag wordt vermeld waarbij tevens wordt aangegeven hoeveel jaren met het traject gemoeid zijn. Na ieder (studie)jaar dient een evaluatie formulier te worden ingediend conform de vereisten in artikel 9.

De Aanvrager heeft de keuze om:

– per (school)jaar één Aanvraag in te dienen voor het betreffende meerjarige Loopbaanontwikkelingstraject; steeds vóór aanvang van het desbetreffende (school)jaar. In dat geval geldt de datum van indiening van de eerste Aanvraag voor het meerjarige Loopbaanontwikkelingstraject als bepalend voor de vraag of de Aanvrager Rechthebbende is in de zin van artikel 3 van het Reglement; of

– één Aanvraag in te dienen voor het gehele meerjarige loopbaanontwikkelings-traject; vóór aanvang van het traject.

8. Het Loopbaanregeling zal totaal nooit meer dan de hiervoor in de leden 1 tot en met 5 van dit artikel genoemde percentages van de totale kosten van het te subsidiëren traject aan de Aanvrager vergoeden. Overschrijdt de totale Bijdrage voor het gehele traject in het betreffende jaar de hiervoor in de leden 1 tot en met 5 genoemde maximumbedragen op jaarbasis, dan wordt daarmee in volgende jaren rekening gehouden door mindering van het maximumbedrag in het daaropvolgende jaar of jaren.

Artikel 7 – Aanvraag

1. Er kunnen door een Rechthebbende meerdere Aanvragen per jaar worden ingediend.

2. Met uitzondering van de in artikel 6 lid 7 genoemde meerjarige Loopbaanontwikkelings-trajecten komt per Loopbaanontwikkelingstraject slechts één (de door het Bestuur als eerste ontvangen) Aanvraag voor een Bijdrage in aanmerking. Dit geldt ook indien verschillende Rechthebbenden ieder een Aanvraag hebben ingediend betreffende hetzelfde Loopbaanontwikkelingstraject.

3. Een Aanvraag moet worden ingediend vóór de datum waarop het traject, waarop de Aanvraag betrekking heeft, aanvangt.

4. Een Aanvraag dient te worden gericht aan het Bestuur van het Sociaal Fonds Podiumkunsten.

5. De Aanvraag wordt ingediend door verzending van een volledig ingevuld en ondertekend voorgeschreven model aanvraagformulier.

Een Aanvraag betreffende een organisatiebreed scholingsplan of andersoortig collectief (loopbaanontwikkelings)traject is vormvrij.

6. Een Werkgever die een Aanvraag indient betreffende een individuele Werknemer dient de Aanvraag mede te laten ondertekenen door deze Werknemer.

7. De Aanvraag wordt gemotiveerd.

8. In de Aanvraag wordt een begroting van de totale kosten en een planning van het te subsidiëren traject opgenomen.

9. De Aanvraag dient 10 werkdagen vóór een bestuursvergadering door het Bestuur te zijn ontvangen. Is dat niet het geval dan kan de behandeling van de Aanvraag door het Bestuur worden aangehouden tot een volgende vergadering.

10. Voor Aanvragen betreffende congressen met een educatief karakter geldt een versnelde, vereenvoudigde en vormvrije e-mailprocedure, op te vragen bij het secretariaat van het Loopbaanregeling.

11. Het Bestuur is bevoegd onvolledige Aanvragen niet in behandeling te nemen.

12. Het Bestuur bevestigt de indiening van de Aanvraag aan de Aanvrager binnen 10 werkdagen na ontvangst daarvan.

Artikel 8 – Toezegging en Toekenning

1. De toekenningsprocedure bestaat uit drie stappen:

a. Beoordeling;
b. Toezegging;
c. Toekenning.

2. Het Bestuur neemt uiterlijk binnen 45 werkdagen na indiening van de Aanvraag een beslissing over de Aanvraag.

3. Over Aanvragen betreffende congressen met een educatief karakter neemt een gevolmachtigd lid van het Bestuur uiterlijk binnen 7 werkdagen na ontvangst van de Aanvraag per e-mail, een beslissing.

4. Het Bestuur kan besluiten zich nader te laten adviseren over de Aanvraag.

5. Het Bestuur kan besluiten om de Aanvrager om nadere informatie te verzoeken.

6. Het Bestuur kan besluiten de in de Aanvraag verzochte Bijdrage geheel of gedeeltelijk toe te zeggen respectievelijk geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

7. Het Bestuur zendt de Aanvrager binnen 10 werkdagen nadat hij een besluit heeft genomen bericht over de inhoud van dit besluit.

8. Binnen 45 werkdagen na indiening door de Aanvrager van een financieel en inhoudelijk verslag betreffende het traject waarvoor het Bestuur een Toezegging heeft gedaan, verzendt het Bestuur de Toekenning aan de Aanvrager.

Artikel 9 – Verplichtingen Aanvrager

1. Het traject waarvoor het Bestuur een Toezegging heeft gedaan wordt door de Aanvrager gerealiseerd conform de Aanvraag, of conform de schriftelijke toestemming van het Bestuur voor afwijking daarvan.

2. (De) deelnemer(s) dient/dienen binnen 130 werkdagen na de Toezegging te starten met (het) Loopbaanontwikkelingstraject(en), waarvoor het Bestuur de Toezegging heeft gedaan. In geval van onder meer zwangerschap, bevalling, langdurige ziekte of vertraging aan de zijde van de organisator van het traject, kan deze termijn door het Bestuur worden verlengd op basis van een schriftelijk verzoek daartoe van de Aanvrager.

3. Binnen 65 werkdagen na de geplande termijn voor afronding van het te subsidiëren traject, dient de Aanvrager aan het Bestuur te doen toekomen:

– Een volledig ingevuld en ondertekend schriftelijk financieel verslag, met bijgevoegd bewijsstukken van de werkelijke kosten van het traject, een betalingsbewijs en een bewijs van deelname;
– Een beknopt schriftelijk inhoudelijk verslag waarin de Aanvrager in enkele zinnen aangeeft in hoeverre het gevolgde traject aan de verwachtingen heeft voldaan en wat de plus- en verbeterpunten waren van het traject.

4. Indien de Aanvrager valse informatie of valse bewijsstukken aan het Loopbaanregeling heeft verstrekt, dan is de Aanvrager verplicht eventueel van het Loopbaanregeling ontvangen voorschotten, c.q. eventueel ontvangen subsidiebedragen binnen 5 werkdagen terug te storten op de rekening van het Loopbaanregeling.

Artikel 10 – Voorschot

1. Aanvragers kunnen per Aanvraag éénmaal een voorschot vragen op de toegezegde Bijdrage. In afwijking daarvan kunnen Aanvragers als bedoeld in artikel 6 lid 7 voor een meerjarig Loopbaanontwikkelingstraject elk (school)jaar één voorschot aanvragen op de toegezegde Bijdrage, voorzover die dat (school)jaar betreft.
Indien het Loopbaanregeling over voldoende liquide middelen beschikt kan het Bestuur besluiten om een voorschot te verstrekken.

2. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van de totale kosten, met een maximum van 80% van de totaal toegezegde Bijdrage.

3. Een toegezegd voorschot wordt door het Bestuur aan de Aanvrager voldaan, nadat het Bestuur door de Aanvrager in het bezit is gesteld van een factuur van de Aanbieder van het Loopbaanontwikkelingstraject en/of van het onderzoeksbureau en/of de adviseur óf van een betalingsbewijs van gemaakte kosten.

4. Een door het Bestuur aan de Aanvrager verstrekt voorschot, wordt verrekend met de eindafrekening. Bedroeg het voorschot meer dan de Toekenning uiteindelijk bedraagt, dan is de Aanvrager verplicht om het saldo binnen 10 werkdagen terug te storten op de bankrekening van het Loopbaanregeling.

Artikel 11 – Hardheidsclausule

Indien toepassing van deze regeling in individuele gevallen leidt tot onbillijkheden, die niet stroken met de geest van de CAO en dit Reglement, kan het Bestuur ten gunste van een Rechthebbende van het in dit Reglement bepaalde afwijken.

Artikel 12 – Bezwaren en Geschillen

1. De Aanvrager kan gemotiveerd bezwaar aantekenen tegen de Afwijzing, Toezegging en/of de Toekenning. Het bezwaar moet binnen 20 werkdagen na dagtekening van het bestuursbesluit schriftelijk gemotiveerd door de Aanvrager bij het Bestuur worden ingediend. Het Bestuur beoordeelt het bezwaarschrift in haar eerstvolgende bestuurs-vergadering, maar uiterlijk binnen 45 werkdagen na dagtekening daarvan. Het Bestuur stelt de Aanvrager schriftelijk op de hoogte van haar besluit op het bezwaarschrift.

2. Indien het bestuur het bezwaar van de Aanvrager geheel of gedeeltelijk afwijst, en het betreft een geschil omtrent de uitleg en/of toepassing van de CAO en/of dit Reglement, kan de Aanvrager het geschil voor een (bindend) advies voorleggen aan de Sociale Commissie Theater en Dans zoals bedoeld in de CAO. De Sociale Commissie toetst marginaal.

Artikel 13 – Duur en wijziging Reglement

1. Dit reglement is van toepassing voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2019.

2. Het Bestuur is na instemming van sociale partners betrokken bij de CAO bevoegd tot (tussentijdse) wijziging van dit Reglement.

Amsterdam, 1 januari 2015